Een belangrijk onderdeel van het anesthesietoestel is de verdamper. Of deze nu handmatig of automatisch werkt, de functionaliteit van dit component moet goed gecontroleerd worden. Foutieve werking en toediening van het anesthesiemiddel leidt tot zeer onwenselijke situaties. De VAPOR-module van de VT900 helpt eenvoudig bij het controleren van verdampers. Alle gangbare anesthesiedampen kunnen hiermee gemeten worden zoals sevofluraan, desfluraan, isofluraan, enfluraan en halothaan. Daarbij biedt de VAPOR-module ook de mogelijkheid tot het meten van N₂O (lachgas) en CO₂. We kunnen dit meten met een praktische opzet.

Verdamper
De verdamper werkt doordat gasflow van het anesthesietoestel door de verdamper geleid wordt en vanaf daar de anesthesiedamp richting patiënt leidt. Hierbij een schematisch overzicht van de werking van een verdamper.

Testopzet
Sluit een slang met anesthesiekoppelingen aan op de Fresh Gas Outlet van het betreffende anesthesietoestel. Het gebruik van de Fresh Gas Outlet werkt veel overzichtelijker dan de damp volledig door het interne circuit van het toestel te voeren. Sluit de T-stukken voor sampling en terugvoer van de VAPOR-module aan op de toevoerslang. De toevoerslang moet op een gasevacuatiesysteem (AGSS) aangesloten worden om zo de anesthesiedampen af te voeren.

Sluit nooit de toevoer van anesthesiedampen aan op de hoofd flowpoort van de VT900. De anesthesiemiddelen hebben een zeer slechte uitwerking op de meetsensoren.
De VAPOR-module detecteert automatisch het type anesthesiedamp en zal de gemeten concentratie met de juiste kleurcodering weergeven op het scherm van de VT900. Check de maximale toegestane afwijking die de fabrikant aangeeft en vergelijk dit met de gemeten waarde op de VT900 met VAPOR. Zo kun je de werking van verdampers controleren.