Mammografiemetingen met de MAM- of R/F-sensor
Regelmatig ontvangen we de vraag: waarom zou je de MAM-sensor bij de RaySafe X2 gebruiken als je de R/F-sensor al hebt? De twee sensoren lijken op het eerste gezicht veel op elkaar, maar er zijn een aantal essentiële verschillen die veel voordeel kunnen opleveren. In deze blog gaan we hier dieper op in. We beginnen met de eigenschappen van de R/F- en MAM-sensor en gaan daarna verder in op de verschillen en de uiteindelijke voordelen.
Eigenschappen van de R/F- en MAM-sensor

De aspecten waarin de MAM-sensor zich onderscheidt van de R/F-sensor zitten met name in de lagere kVp-range én de geïntegreerde anode-/filtercombinaties.
kVp-meting en anode-/filtercombinaties in de MAM-sensor
Bij mammografietoestellen is vaak een lagere kVp van toepassing dan bij algemene röntgentoestellen. Bij het controleren van het toestel is het belangrijk om een sensor te gebruiken die in deze lagere range betrouwbaar en nauwkeurig meet. Speciaal voor metingen in deze lagere kVp-range is de MAM-sensor ontwikkeld. Een belangrijke factor zijn daarbij ook de anode-/filtercombinaties. Deze zijn bij de MAM-sensor geïntegreerd.

Bovenstaand zie je een aantal van de geïntegreerde anode-/filtercombinaties op de RaySafe X2. In onderstaande tabel staat een volledig overzicht van alle combinaties met de bijbehorende kVp-ranges.

Wanneer geen anode-/filtercombinatie wordt geselecteerd op de RaySafe X2, meet de MAM-sensor tussen de 20 en 50 kVp altijd de dose, dose rate en HVL.
Welke voordelen brengt dit met zich mee?
Door de anode-/filtercombinatie vooraf in te stellen, is de RaySafe X2 in staat om de parameters zeer nauwkeurig en betrouwbaar te berekenen op basis van de straling van het betreffende toestel. De combinatie stel je eenvoudig in met één swipe op het touchscreen van de RaySafe X2 base unit. Door de MAM-sensor te gebruiken bij mammografietoestellen kun je snel en nauwkeurig meten in de juiste range.