AED’s controleren: waarom en wat meten we?
Op het moment dat een Automatische Externe Defibrillator (AED) wordt ingezet, moet het toestel altijd in goede conditie zijn. Waar de AED ook is geplaatst. Men gaat ervan uit dat zodra het toestel wordt gebruikt, het doet waarvoor het is bedoeld. Daarom wordt het toestel periodiek gecontroleerd.
Zo worden vaak maandelijks de accu en de bijbehorende elektroden gecontroleerd door bijvoorbeeld de beheerder van het sportcomplex waar het toestel hangt. Ook wordt altijd een visuele inspectie uitgevoerd. Bovenop deze gangbare controles zijn er meer aspecten die, bijvoorbeeld op jaarlijkse basis, goed zijn om te controleren.
We omschrijven meerdere aspecten om de conditie van de AED goed te beoordelen. Hoofdzakelijk gaat het om de energie-afgifte, de oplaadtijd voor de af te geven energie en de synchronisatie.
Energie
Op het moment dat de AED ventrikelfibrillatie detecteert, maakt het toestel zich klaar voor een energie-afgifte. Het toestel past de energie-afgifte aan op basis van de weerstand die het meet tussen de elektroden. Een defibrillatortester heeft vaak een interne weerstand van 50 Ohm. In de praktijk geeft een AED bij 50 Ohm ongeveer 150 Joules af bij een schok. De fabrikant geeft hiervoor een richtlijn en de toegestane afwijking. Wanneer je de AED aansluit op een defibrillatortester, kun je de afgegeven energie meten.
Oplaadtijd
Tijdens een reanimatie is het vaak nodig om meerdere keren te defibrilleren. Om bij de volgende schok weer de gewenste hoeveelheid energie te kunnen geven, heeft de AED een bepaalde oplaadtijd nodig. De fabrikant geeft aan binnen welke tijd de AED weer gereed moet zijn om te defibrilleren. Ook dit kun je meten met de defibrillatortester. Als het te lang duurt, kan dat wijzen op een verminderde conditie van de accu of de generator in de defibrillator.
Synchronisatie
Synchronisatie is een andere belangrijke functie. Dit vindt plaats bij tachycardie. Zodra de elektroden van de AED op een patiënt zijn aangesloten, analyseert het toestel het hartritme. Het is van belang dat de AED op het juiste moment defibrilleert. De defibrillatortester meet de tijd tussen de piek van het ECG en het moment waarop de schok wordt toegediend.
In aanvulling op bovenstaande aspecten wordt ook een elektrische veiligheidstest uitgevoerd volgens de IEC62353 of IEC60601.
Wil je meer weten over defibrillatortesten met bijvoorbeeld de Impulse 6000 of 7000? Laat het ons weten.